Een Pokémon RPG forum dat zich volledig richt op Kanto en de eerste generatie Pokémon.
IndexKalenderFAQZoekenGebruikerslijstGebruikersgroepenRegistrerenInloggen

Deel | .
 

 We'll Finish What We Started

Vorige onderwerp Volgende onderwerp Go down 
AuteurBericht
avatar
Chiaki Tsuda


Profiel Vrouw Aantal berichten : 194
Poképoints : 175
Reputatie : 40
Pokégear
PokéGear
Geslacht: Vrouw
Leeftijd: 18
Pokémon:
Profiel bekijken
BerichtOnderwerp: We'll Finish What We Started za jan 24, 2015 5:20 am


Reign supreme? In your dreams. You’ll never make me bow.
Met ongebruikelijke, voorzichtige passen benaderde Chiaki het dorpje waar ze twee jaar geleden uit was vertrokken, in de hoop er nooit meer terug te keren. Haar schoenen lieten voetafdrukken achter in het dunne laagje sneeuw dat op de grond lag, waar een geknerpt geluid vanaf kwam. Het was het enige geluid wat Chiaki hoorde toen ze het dorpje inliep. De meeste dorpelingen zaten binnen, ver weg verstopt van de kou en lekker knus met een kop warme chocomel in hun handen voor de open haard. De brunette had stuk voor stuk een hekel aan ze. Haar woede was met de jaren juist gegroeid in plaats van afgenomen en het liefst maakte ze rechtsomkeert om dit afgelegen gehucht weer te verlaten.

Maar dat kon ze niet. Nog niet.

Ze was hier met een reden gekomen. De Pokémon Tower. Men zei dat het er spookte, maar dat was niet waar. Het waren simpele Gastly en verdwaalde pokémon die er leefden of ronddoolden. En Gastly was precies de pokémon die ze zocht. Goed, het was misschien niet de eerste de beste keuze die ze voor een Contest kon maken, maar het ging haar om iets geheel anders. Mamoru had een Gengar en Chiaki mocht die Gengar. Ze wilde net zo sterk worden als haar broer en naar haar mening kon ze daarvoor best een Gengar in haar eigen team gebruiken. Een soort eerbetoon aan haar broer.
Alano en de rest van haar team had ze in hun pokéball gelaten. Ze wilde het dorpje in haar eentje betreden. Dat had niet per se een rede, behalve dan dat ze zich minder bekeken voelde. Normaal gesproken hield ze van de aandacht. Dit keer, echter, moest ze er niets van hebben. Ze had dan ook haar sjaal zo hoog mogelijk om het onderste gedeelte van haar gezicht gewikkeld, in de hoop dat niemand haar zou herkennen. Met name haar ouders niet.

Ze kwam trillend tot stilstand vlak voor de ingang van de toren. Chiaki wist niet of het door de kou kwam dat ze zo trilde, of omdat ze zenuwachtig was. Het was vast het eerste. Chiaki Tsuda was nooit zenuwachtig. De brunette nam eens diep adem en stapte toen door de deuren naar binnen. Man, ze was hier al heel lang niet meer binnen geweest. Er was niet echt veel veranderd, kon ze merken. Alles zag er nog steeds donker en eng uit. Chiaki stapte verder naar binnen en bleef bij de trap naar boven stilstaan. Ze zag niemand, vooral haar vader niet, dus dit was een prima plekje om Alano en de rest erbij te roepen.
De pokémon waren, op z’n zachtst uitgedrukt, compleet in de war. Sarita voelde zich niet op haar gemak en Cedro was oplettender dan normaal. Alano was de enige die geen last van het donker scheen te hebben, maar ook hij wilde graag weten wat er aan de hand was. Chiaki zuchtte. “Luister goed,” fluisterde ze, waarbij ze haar wijsvinger tegen haar lippen drukte om duidelijk te maken dat ze stil moesten zijn. “Ik mag hier eigenlijk niet komen. Als ik gesnapt wordt, hebben we allemaal een groot probleem.” Dit verwarde de pokémon alleen maar meer. “We zijn hier met een missie. Het vinden van een Gastly. En dat moeten we zo onopvallend mogelijk doen, oké?” Goed, misschien was het een slecht idee geweest om heel haar team erbij te roepen als ze niet wilde opvallen, maar ze had alle ogen nodig in deze toren.

Alano, Sarita en Cedro schenen de boodschap te hebben begrepen. Was het niet voor de serieuze en akelige sfeer die hierbinnen hing, dan sloeg de Pidgey dit waarschijnlijk in de wind. Maar, ze zag hoe vastberaden Chiaki was en ondanks alles was ze toch wel een lid van het team. Om nog maar te zwijgen over het humeur van het meisje de laatste tijd. Dus voor deze keer zou ze zich niet als een prinses gedragen. Deze keer zou ze helpen.
Het groepje begon aan hun klim naar boven. De brunette was inmiddels gewend geraakt aan het donker en kon prima zien. Het feit dat Alano langs haar liep, met zijn staartvlammetje, maakte de situatie alleen maar beter. Eenmaal op de eerste verdieping begonnen ze dan echt aan hun zoektocht. Chiaki checkte eerst of er iemand anders aanwezig was en toen dat niet het geval bleek te zijn, splitsten ze op in groepjes van twee.

Ze zochten en zochten en zochten, maar na een uur hadden ze nog niks gevonden. Dus wenkte de brunette haar pokémon bij elkaar en klom nog een verdieping naar boven. Halverwege de trap, echter, kreeg ze het gevoel dat ze werd bekeken en stopte ze abrupt met lopen. Ze keek om, waardoor Alano haar vragend aanstaarde, maar voor zover zij kon zien was er niks. Chiaki haalde haar schouders op en draaide zich weer terug naar voren, verzette één stap naar boven, en voelde toen een ijzige kou in haar nek. Niet veel later verscheen er een Gastly recht in haar gezicht, die overduidelijk te erg haar best deed om de brunette te laten schrikken. Dit resulteerde erin dat het meisje totaal niet schrok en enkel droog voor zich uitkeek. “Alano,” mompelde ze op eenzelfde toon als haar blik. De Charmeleon begreep de hint al en spuwde een vlammenzee tegen de Gastly aan. Chiaki achtte de pokémon geen blik meer waardig, stapte erlangs en vervolgde haar weg naar boven.

De Gastly was volhardend, ondanks de Flamethrower die recht in haar gezicht belandde. Ze moest en zou Chiaki laten schrikken, al was het het laatste wat ze deed. Ondertussen was het pokémonteam van de brunette compleet in de war. Wilde ze niet een Gastly hebben? Nu verscheen er één en ze ving haar niet. Het meisje, die de verwarde blikken eindelijk opmerkte, schudde nadrukkelijk haar hoofd. “Die wil ik niet. Uit ervaring weet ik dat ik niet meteen voor de eerste de beste pokémon moet gaan.” Misschien dat het gemeen klonk tegenover Sarita en Cedro. Die keken haar dan ook beschuldigend na. Helaas voor de brunette had ze er een stalker bij gekregen en wilde de Gastly haar absoluut niet met rust laten.

Chiaki gromde toen de pokémon weer vlak naast haar verscheen. Ze hoefde dit keer slechts een blik richting de Charmeleon voor haar te werpen en hij kwam al in de aanval. Hij sprong naar voren, proberend zijn scherpe klauwen in de gasbol te zetten, maar vergat daarbij één ding. “Idioot, dat werkt niet op een Ghost pokémon!” Het was al te laat. Door zijn sprong knalde hij tegen zijn trainer aan, die haar evenwicht verloor en haast achterover de trap afviel, was het niet voor de leuning naast de trap. Alano schrok echter zo hard, dat hij opnieuw vuur begon te spuwen en de Gastly was dom genoeg om er recht in terecht te komen. Daar hield het alleen niet op. Haar Charmeleon was zo in paniek, dat hij het voor elkaar kreeg met zijn klauwen tegen Chiaki’s heup aan te slaan. Dit resulteerde erin dat er een aantal pokéball van haar gesp werden afgeslagen, waarvan het eigenlijk alleen maar lege waren. Eén van de pokéballen kwam tegen een traptree aan, klapte open en zoog het figuur van de Gastly in het ronde voorwerp. Chiaki, die nu eindelijk weer stevig stond met haar Charmeleon, keek geschokt toe toen ze het voorwerp hevig heen en weer zag wiebelen. Dit was niet de bedoeling.

Tot haar ergernis bleef de bal niet veel later doodstil liggen*. En dat was ook de sfeer voor de komende minuut. Iedereen bleef doodstil. “... Je maakt een grapje.” Chiaki was de eerste die iets zei. Ze keek verwijtend naar haar Charmeleon, die nu dan eindelijk haar middel losliet en van haar wegsprong, bang dat hij anders geslagen werd. De brunette had hem nooit geslagen en dat zou ze nu ook niet doen, maar haar woede bracht haar wel bij die grens. “Zeg me asjeblieft dat je een grapje maakt.” Alano schudde schuldig zijn hoofd. Zijn trainer zuchtte, liep naar de pokéball toe en raapte hem op van de grond. Ze stond op het punt om iets te zeggen – proberend haar kalmte te bewaren – maar toen kon ze iets horen. Voetstappen. En ze kwamen deze kant op.
Het geluid kwam van boven, dus het meisje deed wat haar het beste leek. Ze stormde naar beneden, gevolgd door haar pokémon, en zocht driftig naar een verstopplek. Beneden aan de trap zag ze de overige pokéballs liggen die gevallen waren, die ze per direct van de grond graaide en in blinde paniek aan haar riem probeerden te bevestigen. Ze duwde vervolgens haar pokémon een donker hoekje in, ver uit het zicht van de trap, en ging er zelf ook bij staan.

Tijd leek opeens langzamer te gaan. Chiaki hield haar adem in, terwijl ze aandachtig luisterde naar de voetstappen die nog steeds van de trap afkomstig waren. Een figuur werd uiteindelijk zichtbaar; eentje die ze maar al te goed herkende. Het was de hoofdbewaker van de Pokémon Tower. Het was haar vader. De brunette haar hartslag werd alsmaar hoger. Tegen de tijd dat haar vader haar kant op kwam gelopen, was ze bijna bang dat haar hart uit haar borstkast zou schieten. “Je bent niet echt een snuggere verstopper,” weerklonk de zware stem van haar vader. Chiaki kneep haar ogen dicht, hopend dat hij het tegen iemand anders had in plaats van tegen haar. Helaas was zij de enige aanwezig in dit gebouw, afgezien van de man en hun pokémon. “Je Charmeleon geeft licht.” Meteen opende ze haar ogen en keek ze met een ruk opzij, waar Alano opnieuw schuldig haar blik beantwoordde. De vlam op zijn staart was hetgeen wat hun had prijsgegeven, maar de brunette gaf haar pokémon hier absoluut niet de schuld van. Zij had beter moeten weten. Dit was een deel van zijn bestaan en ze had het over het hoofd gezien.

Haar vader scheen haar nog niet te herkennen. Misschien omdat ze in de schaduw van het gebouw stond, misschien omdat hij haar niet wilde herkennen. Chiaki wist het antwoord niet. “Verstoppen heeft geen zin meer, dus kom maar tevoorschijn.” De adrenaline werd haar teveel. Voor het eerst sinds tijden wilde ze in huilen uitbarsten. Heel hard wegrennen was ook een optie die in haar opkwam. Maar ze kon geen stap meer verzetten. Ze durfde niet. Ze was bang. Chiaki Tsuda, bang voor haar eigen vader. Had ze niet in deze situatie gezeten, dan had ze zichzelf alleen maar omlaag gepraat. Angsthaas.
Het meisje wist niet hoe, maar ze wist toch vooruit te komen na iets wat een eeuw leek te zijn. Haar woede voor haar ouders scheen geblust te zijn, want de enige emotie die ze op het moment voelde was die verdraaide angst. Ze oogde haar vader desondanks nieuwsgierig, maar toen ze uit de schaduwen was gestapt, werd ze half verblind door zijn zaklamp. Meteen kneep ze één oog dicht, proberend met de ander gewoon te kunnen zien. Ze hoorde gesnuif. En vervolgens werd de zaklamp omlaag gehouden.

“Chiaki.” Het klonk zo monotoon dat de brunette niet wist wat ze moest denken. Ze kon zijn gezichtsuitdrukking ook niet meteen zien, want ze zag nog steeds vlekken door het felle licht van de zaklamp. Was hij blij? Opgelucht? Boos? Teleurgesteld? Ze kon het nergens uit afleiden. Voor een moment durfde ze zelfs te hopen dat hij trots was dat ze haar gezicht liet zien na het bemachtigen van twee lintjes, maar die hoop verdween als sneeuw voor de zon. “Waarom ben je hier?” Natuurlijk vroeg hij dat. Waarom zou hij überhaupt trots zijn op z’n enige dochter die van huis was weggelopen? Die weigerde om in zijn voetsporen te treden, net als zijn enige zoon had gedaan.
De woede die Chiaki net niet meer had gevoeld, kwam als een vloedgolf weer terug naar boven. Alsof het een tsunami was, waarbij de zee langzaam was terug getroken en vervolgens genadeloos insloeg. “Niet om jou te zien, als je dat soms dacht,” beet ze hem toe. Het verbaasde haar hoe makkelijk het van haar tong gleed, alsof dit een scenario was die ze herhaaldelijk in haar hoofd had afgespeeld. Het zat eigenlijk niet ver van de werkelijkheid af.

De man snoof, duidelijk niet geamuseerd van het antwoord. Dat kon haar echter niets schelen. Ze was hier niet om hem een plezier te doen. Ze was hier om zichzelf een plezier te doen. Helaas was dat pleziertje alweer afgenomen. “Je liep twee jaar geleden van huis weg zonder verder iets te zeggen, niet eens een briefje zoals Mamoru had gedaan, en vervolgens sta je hier weer op de stoep alsof er niets gebeurd is. Denk maar niet dat je moeder en ik je terug in huis nemen. Weet je wel niet hoeveel pijn je haar hebt aangedaan?” Het klonk zo emotieloos dat Chiaki met moeite kon geloven dat hij dit daadwerkelijk gezegd had. Hoeveel pijn ze haar moeder aan had gedaan? Beseften ze wel hoeveel pijn zij had moeten doorstaan toen ze nog in Lavender woonde? Ze pikte dit niet. Het was emotionele mishandeling en dat pikte ze niet. “Ik ben hier niet terug gekomen om weer in Lavender te komen wonen,” reageerde ze fel. Het scheen hem wel iets te doen, want zijn kwade frons viel even van zijn gezicht, al was het maar voor een milliseconde. Chiaki zag het. “Ik ben hier vanwege een pokémon. Nu ik die heb, zal ik gewoon weer vertrekken. Iedereen blij.”

“Ik ben niet blij,” was de reactie. De brunette rolde met haar ogen en kruiste haar armen over elkaar heen. “Jij bent nooit blij. Ik heb je nog nooit met een oprechte glimlach gezien.” Dat scheen nog een steek onderwater te zijn, want haar vaders kwade frons werd alleen maar erger. “Sla niet zo’n toon tegen mij, jongedame! Ik ben nog altijd je vader!” Chiaki zuchtte, waarop ze haar blik vermoeid op haar pokémon richtte. Deze dag vergde erg veel van haar energie en geduld. Alano, Sarita en Cedro wierpen ieder hun eigen versie van een bezorgde blik naar haar toe, niet wetend wat hun rol nou eigenlijk was in deze situatie. Het meisje besloot daarom maar dat dit een goed moment was om te vertrekken.

Chiaki maakte aanstalten om te vertrekken, maar haar vader had andere plannen. Ze mocht niet weg. Hij versperde haar het pad naar buiten. “Waar denk jij heen te gaan? Dit is nog lang niet uitgesproken!” De brunette wilde hem het liefst in zijn gezicht slaan en dat moment nemen om te ontsnappen, maar ze wist dat ze zoiets niet kon maken. Haar vader zou het haar vast niet in dank afnemen en ze was bang dat hij daar wraak voor ging nemen. “Met jou valt niet te spreken. Ik ben hier klaar.” Het verbaasde haar dat ze haar stem nog niet had verheven. Normaal gesproken schoot ze snel uit haar slof. Dit keer was het anders. Het was bijna alsof het haar niet meer interesseerde. Chiaki wilde langs hem af lopen en verdwijnen, maar zodra ze hem had gepasseerd mompelde hij een aantal woorden die haar aandacht trokken. “Ik kan niet geloven dat allebei mijn kinderen mislukkingen zijn.”

Dat was de druppel.

Uit het raam met die beheersing.

“Pardon?” schreeuwde ze tegen hem, terwijl ze zich naar hem omdraaide. “Je kinderen, mislukkingen? De enige mislukking die ik hier zie ben jij! Je bent een nare zak die nooit een echte vader is geweest! Het enige wat je interesseerde was deze... Deze stomme toren!” Haar pokémon maakten zich snel uit de voeten en kozen ervoor om achter hun trainer te staan, zodat ze haar emotioneel konden steunen en niet midden in de vuurlinie stonden. “Mamoru is nota bene een gymleader en jij bent daar niet trots op? En ik heb zelf twee lintjes binnengehaald met Contests, dus wij zijn allebei geen mislukkingen.” Ze snoof geërgerd en hoewel ze meer tegen hem wilde zeggen, hem wilde vervloeken, besloot ze zich netjes te gedragen. Wonder boven wonder lukte haar dat ook, ondanks het feit dat haar pa het schijnbaar nodig vond haar nu vierkant uit te lachen. “Mamoru is gestopt als gymleader. Heb je het niet gehoord? Hij heeft ontslag genomen,” sprak hij geamuseerd. Chiaki’s ogen verwijdden zich van shock. Nee, dat kon niet. Als Mamoru dat had gedaan, dan had hij het haar wel verteld, toch? Hij is haar vast aan het zoeken nu, zodat hij haar kan vertellen dat ze samen op reis gingen. Ja, dat was vast de rede. “Dacht je trouwens werkelijk dat twee lintjes heel wat is? Kom nou.”

De brunette fronste kwaad en balde haar handen tot vuisten, waarbij ze haar nagels in haar vel zette om haar kalmte niet te verliezen. Op dat moment kreeg ze een idee. “Ik zal het je bewijzen,” beet ze naar hem. “Ik zal je bewijzen dat het heel wat is. Ik wil een pokémongevecht. Nu.” De man keek haar nog altijd geamuseerd aan, maar Chiaki liet zich verder niet uit haar tent lokken. Niet nog meer dan hij al voor elkaar had gekregen. Dus ze draaide zich weer om en vertrok naar de ingang van de Pokémon Tower, gevolgd door haar pokémon en uiteindelijk toch haar vader.

Ze trilde. Niet van de angst, maar van de adrenaline. Dit gaf haar ergens een déjàvû gevoel, omdat haar grote broer ook een keer tegen haar vader had gevochten. Precies op deze plek, met zijn Cubone aan zijn zijde. Chiaki besloot om haar partner ook in te zetten, zelfs al was ze niet in het voordeel met hem. Alano kon dit. Dat betwijfelde ze niet. De man zette, zoals verwacht, zijn Marowak in, wachtend op de brunette haar keuze. Bruine ogen gleden naar een rode draak, die lichtelijk verward scheen te zijn dat ze hem koos, maar desondanks toch het strijdveld op liep. “Hah, ga je me echt bevechten met een Charmeleon? Je hebt waarschijnlijk meer kans met je Seel,” kwam het commentaar. Chiaki sloeg het totaal in de wind. “Alano en ik hebben genoeg meegemaakt samen. Hij’s mijn keuze en daar blijf ik bij.”

Haar vader knikte, alsof hij daadwerkelijk ermee wilde zeggen dat hij het begreep. Misschien deed hij dat ook wel voor een keertje, maar Chiaki besloot daardoor nog geen gat in de lucht te springen. Hij moest wel wat meer doen dan dat voor vergeving. De man vertelde haar dat zij als eerste mocht beginnen met aanvallen en dat is dan ook wat de brunette zonder twijfel deed. Wilde hij haar onderschatten? Dat was dan mooi zijn probleem. “Alano, doe je Dragon Rage!” droeg ze het rode draakje op, die vastberaden zijn aanval op de Marowak afvuurde. Chiaki zag dat haar vader geen aanstalten maakte om zijn pokémon de aanval te laten ontwijken, dus grijnsde ze. Die viel echter van haar gezicht toen hij ook begon te grijnzen. “Bonemerang.” Nog voor de aanval van Alano halverwege was, werd het bot al tegen zijn snuit aangegooid. De Dragon Rage werd meteen gestaakt en Marowak bleef ongeschonden, maar de Charmeleon kreeg er al van langs. “Achter je!” gilde het meisje naar haar pokémon toen ze het bot terug zag keren. Hij dook nog net op tijd aan de kant om het voorwerp te kunnen ontwijken.

De brunette gromde, waarop ze de gezichtsuitdrukking van haar vader bekeek. Hij had zijn armen over elkaar heen geslagen en zijn mondhoeken opgekruld tot een tevreden grijns. Bah. “Alano. Smokescreen.” De mondhoeken van de man zakten meteen omlaag en Chiaki kon het niet helpen dan het grappig te vinden. Dacht hij nou werkelijk dat ze dom was? Een groot, dik rookgordijn verscheen vlak voor de toren en Marowak had moeite met alles te onderscheiden. “Flamethrower!” Net als bij een voorgaande contest, verscheen er een net aan vlammen die uit het rookgordijn verschenen en ergens anders weer erin verdwenen. Het rookgordijn klaarde langzaam op, waardoor duidelijk werd dat de Marowak schade had opgelopen door de aanval. Het was echter, uiteraard, niet genoeg om hem uit te schakelen. “Bone Rush!” Chiaki beet meteen op haar onderlip, want als dit zo doorging en Alano al die grondaanvallen incasseerde, dan was het einde oefening. Hij zou het alleen nooit kunnen ontwijken, of wel?

“Alano! Probeer door het bot heen te bijten!”

Ze kon niet geloven wat ze hem zo net had opgedragen. Was zoiets überhaupt wel mogelijk? De Charmeleon deed wat hem werd opgedragen en ving de eerste klap met zijn tanden op, die hij stevig in het bot probeerde te zetten. In zijn frustratie vergat hij zich onder controle te houden en verscheen er vuur rondom zijn bek. Chiaki fronste. Was dit niet...? Dit was Fire Fang. Door de kracht die ze te danken hadden aan het vuur, wat het bot toch al afzwakte, brak het al snel doormidden. De brunette gooide haar vuist de lucht in en complimenteerde haar pokémon dat hij het goed had gedaan, maar de Marowak had andere plannen. Schijnbaar kon het hem niet schelen dat zijn bot door midden was gebroken en sloeg hij er net zo hard mee tegen Alano z’n schedel. De rode draak piepte van de pijn en plofte bij de laatste slag tegen de grond aan.

Hij bleef liggen.

De brunette schreeuwde naar hem. Er kwam geen reactie. “Zie je? Je kan mij niet verslaan. Ik kan je wel trainen als je thuisblijft.” Ze wierp hem een venijnige blik toe. Hoe durfde hij dat voor te stellen? Het enige wat hem interesseerde was dat ze zijn werk overnam en dat was ze mooi niet van plan. Op het moment dat ze iets wilde zeggen, zag ze vanuit haar ooghoeken dat Alano’s poot een stuiptrekking had, indicerend dat hij nog bij zinnen was. Ze grijnsde. “Hmm. Ik zou nog niet te vroeg juichen als ik jou was,” sprak ze tegen hem. De Charmeleon vuurde een withete Flamethrower op de Marowak af, die verrast werd en het dus te laat probeerde te ontwijken. Chiaki kruiste haar armen over elkaar; dit keer waren het haar mondhoeken die waren opgekruld tot een zegevierend grijnsje. “Ik zei het toch? Alano en ik hebben veel meegemaakt. We geven niet zomaar op. Daar zijn we partners voor.” De man keek haar knarsetandend aan. Chiaki genoot wel van het zicht hiervan. “Bovendien heb ik betere mensen om me heen die me kunnen helpen trainen. Mensen die het daadwerkelijk doen om mij te helpen, niet om misbruik van mij te maken.” Ze snoof. Het idee alleen al maakte haar aan het walgen.

“Idioot. Als je gewoon ja had gezegd, had ik die Charmeleon van je gespaard,” beet haar vader haar toe. Chiaki fronste, niet zeker wetend of dit slecht een leeg dreigement was of dat hij het daadwerkelijk meende. Ergens in haar achterhoofd begonnen alarmbelletjes te rinkelen. “Maak het af,” droeg de man zijn pokémon toen op. De brunette raakte in paniek – haar bruine ogen nu gefixeerd op de Marowak en haar Charmeleon, die nog altijd op de grond lag. “Sta op!” gilde ze tegen hem, terwijl hun tegenstander al op hem af kwam. “Sta van de grond op!” Hij was te langzaam. Het ene deel van het bot kwam tegen zijn kaak aan, ergens vlakbij zijn slaap. Het andere deel kwam bovenop zijn hoofd terecht met een harde klap, waardoor hij weer door zijn poten zakte en terug op de grond viel. Uitgeschakeld. Ze hadden verloren. Chiaki wilde bijna hetzelfde doen als haar Charmeleon; door haar benen zakken en ongelovig naar haar pokémon staren. Maar in plaats daarvan rende ze naar hem toe, paniekerig roepend naar een reactie van hem. Die kreeg ze niet. Ook niet toen ze naast hem neerplofte en hem in haar schoot hief.

Het was een tijdje stil bij het groepje. Cedro en Sarita wisselden een bezorgde blik met elkaar uit en keken toe hoe hun trainer naar de Charmeleon schreeuwde, hopend dat haar stem dusdanig luid genoeg was om hem te wekken. Ze probeerde het goed te verbergen, maar de tranen waren in haar ogen te zien. Als ze niet ertegen vocht, dan gleden ze waarschijnlijk in overvloed over haar wangen heen.

Haar verdriet zette zich om in woede toen haar vader weer begon te spreken. Wat hij precies zei, kreeg ze niet mee. Ze blokkeerde zijn woorden uit haar gehoorgang. Chiaki’s wenkbrauwen waren zodanig omlaag gezakt, dat de kwade gezichtsuitdrukking alleen maar pijn begon te doen. Ze zag dat haar vader aanstalten maakte om naar haar toe te lopen, waarschijnlijk om haar overeind te ‘helpen’ en haar dan mee te nemen, maar daar moest ze niks van hebben. Haar lichaamstaal maakte genoeg duidelijk voor de rest van haar team, die onmiddellijk in actie kwamen. Sarita begon flink met haar vleugels te slaan, waardoor een sterke windstoot de man bijna uit balans bracht. Hij moest zich afschermen met zijn armen en flink voorover leunen, wilde hij niet op zijn rug op de grond belanden. De Marowak weerspiegelde zijn houding. Cedro besloot er een schepje bovenop te doen door zijn Icy Wind in te zetten. De kou van de windvlaag zorgde ervoor dat een laagje ijs op de grond verscheen tussen Chiaki en haar vader in.

De brunette keek haar pokémon vragend aan. Waren ze haar nu aan het beschermen? Als dat zo was, dan gaven ze haar waarschijnlijk nu de kans om weg te gaan. Om te ontsnappen uit Lavender. Vastberaden – hoewel ook ietwat verslagen vanwege haar partners verlies – haalde ze de Charmeleon zijn pokéball tevoorschijn en liet hem terugkeren. Vervolgens stond ze op en rende naar haar Pidgey en Seel toe, die hun aanvallen niet staakten totdat Chiaki hen ook terug in hun pokéball riep. Tegen de tijd dat haar vader en zijn Marowak waren hersteld van het fenomeen, was het meisje al lang en breed uit hun zicht verdwenen, op weg naar haar volgende bestemming.

Viridian City.
thank you Bae <3 of Kickstart!


OOC: *Liaan heeft mijn post nagekeken en gezegd dat de pokémon zit c:
Terug naar boven Go down
 

We'll Finish What We Started

Vorige onderwerp Volgende onderwerp Terug naar boven 
Pagina 1 van 1

Permissies van dit forum:Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum
Kanto Experience :: Central Kanto :: Lavender Town :: Pokémon Tower-